U bent hier: Regelingen » Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010 » 28-10-2010
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010
Versie geldig vanaf 28-10-2010 tot 03-05-2012.
Een nieuwe versie van deze regeling is in werking getreden op 03-05-2012.
Wetstechnische informatie verbergen van Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Stadskanaal |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010 |
| Citeertitel | Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010 |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
03-05-2012 |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | openbare orde en veiligheid |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Deze regeling vervangt de op 18 februari 1999 in werking getreden Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
1. artikel 3 lid 2 Wet veiligheidsregio's 
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 03-05-2012 | 01-04-2012 | artt. 4 en 5 | 23-04-2012 De Kanaalstreek, 02-05-2012 |
R 6882 |
| 28-10-2010 | 01-10-2010 | nieuwe regeling | 18-10-2010 De Kanaalstreek, 27-10-2010 |
R 6798 |
De raad van de gemeente Stadskanaal;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 1 oktober 2010, R 6798;
gelet op artikel 3 lid 2 Wet veiligheidsregio's
;
besluit:
vast te stellen de navolgende "Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010".
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a. een inrichting:
- een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats voor zover die geen bouwwerk is;
- b. bouwwerk:
- elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Artikel 2 Verbodsbepaling
- 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin:
- a. meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn of,
- b. aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft, of
- c. aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan tien lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.
- 2. Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met inachtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 5.
- 3. Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang, waarvoor de gebruiksvergunning is verleend, dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning.
- 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
is van toepassing.
Artikel 3 Weigeringgronden
Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het stellen van voorschriften ook niet kan worden bereikt.
Artikel 4 Gebruikeisen
De eisen, gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen 2.1
, 2.2
en 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken
(Stb. 2008, 327), zijn overeenkomstig van toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningsplichtige inrichtingen.
Artikel 5 Brandveiligheidsvoorzieningen
De eisen, gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen 2.4
, 2.5
, 2.6
, 2.7
, 2.8
en 2.9 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken
(Stb. 2008, 327), zijn overeenkomstig van toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen.
Artikel 6 Melden van brand en broei
Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit onmiddellijk aan de brandweer te melden.
Artikel 7 Bossen, heidevelden, venen
De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b van de Woningwet
, en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.
Artikel 8 Overgangsrecht
- 1. Vergunningen die zijn verleend onder werking van de Brandbeveiligingsverordening van 1988 en de Brandbeveiligingsverordening, vastgesteld op 30 november 1998, en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als vergunning krachtens deze verordening.
- 2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Brandbeveiligingsverordening van 1998 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
- 3. Op bezwaarschriften, gericht tegen een beschikking op een aanvraag om vergunning krachtens de Brandbeveiligingsverordening van 1998, wordt beslist met toepassing van deze verordening.
Artikel 9 Intrekking oude verordening
De Brandbeveiligingsverordening, vastgesteld op 30 november 1998 wordt ingetrokken.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking één dag na de dag van bekendmaking en werkt terug tot 1 oktober 2010.
Artikel 11 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Brandbeveiligingsverordening Stadskanaal 2010.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 oktober 2010.
De raad
de raadsgriffier, de voorzitter,
