Handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaakwerk Gemeente Stadskanaal
Versie geldig vanaf 27-07-2006 tot 15-07-2010.
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Stadskanaal |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaakwerk Gemeente Stadskanaal |
| Citeertitel | Handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaakwerk Gemeente Stadskanaal |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
15-07-2010 |
| Vastgesteld door | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp | maatschappelijke zorg en welzijn |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Deze regeling is vervangen door de regeling Handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gemeente Stadskanaal 2010.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
1. Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Stadskanaal
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 15-07-2010 | intrekking | 28-06-2010 De Kanaalstreek, 07-07-2010 |
BW 28-06-2010, 11 | |
| 27-07-2006 | nieuwe regeling | 27-06-2006 De Kanaalstreek, 19-07-2006 |
BW 27-06-2006, 15 |
nieuwe pagina (dit wordt niet afgedrukt)
Handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaakwerk Gemeente Stadskanaal
Versie geldig vanaf 27-07-2006 tot 15-07-2010.
Inleiding
Bij kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gaat het om jonge kinderen. Ouders moeten de zorg voor hen met een gerust hart kunnen uitbesteden. De gemeente Stadskanaal wil haar inwoners dan ook kunnen garanderen dat er sprake is van kwalitatief goede voorzieningen. Om deze garantie waar te kunnen maken is het van belang dat de drie pijlers van het kwaliteitsbeleid voor de kinderopvang en peuterspeelzaalwerk goed uitgewerkt zijn. Deze pijlers zijn:
- Pijler 1
- Het stellen van kwaliteitsregels;
- Pijler 2
- Toezicht op de naleving van de regels;
- Pijler 3
- Handhaving en sanctionering bij het niet naleven van de regels
Deze nota gaat over pijler 3. Gezien de samenhang die er tussen de pijlers is, lichten we hieronder alle drie de pijlers kort toe. Voor een schematische weergave van de samenhang tussen de pijlers verwijzen wij naar bijlage 1.
Pijler 1 Kwaliteitsregels
Het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang vallen allebei onder een ander kwaliteitsregime. De kwaliteitsregels voor de kinderopvang zijn vastgelegd in de wet Kinderopvang. De kwaliteitsregels voor het peuterspeelzaalwerk zijn vastgelegd in de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk. Zowel de wet Kinderopvang als de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk verplicht de houders om verantwoorde kinderopvang of peuterspeelzaalwerk aan te bieden. Verantwoord betekent dat het bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. De kwaliteitsregels richten zich op de domeinen ouders, personeel, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting, groepsgrootte en leidster-kindratio, pedagogisch beleid en praktijk en klachten.
Pijler 2 Toezicht
Zowel in de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk als in de wet kinderopvang is vastgelegd dat de GGD, namens het college, toezicht houdt op de naleving van de kwaliteitsregels. De toezichthouder onderzoekt na melding door de houder of een peuterspeelzaal, kindercentrum of gastouderbureau voldoet aan de regels. Daarnaast onderzoekt de toezichthouder periodiek of aan de kwaliteitseisen wordt voldoen. Ook kan de toezichthouder incidenteel onderzoek uitvoeren. Bij de inspecties gebruikt de toezichthouder toetsingskaders. Op basis hiervan bepaalt de toezichthouder de mate waarin een peuterspeelzaal, kindercentrum of gastouderbureau voldoet aan de gestelde kwaliteitsregels. Hierbij kunnen ze voldoende, onvoldoende of slecht scoren.
In het kader van de wet Kinderopvang is het toezicht door de GGD de eerstelijnstoezicht. De Inspectie voor Werk en Inkomen (IWI) houdt weer toezicht op gemeenten. IWI ziet erop toe dat het systeem van eerstelijnstoezicht en handhaving kinderopvang door gemeenten goed werkt. Het toezicht van IWI is signalerend van aard. Het college moet jaarlijks een gemeentelijk jaarverslag opstellen over de werkzaamheden die in het kader van toezicht en handhaving wet Kinderopvang in het voorgaande jaar zijn verricht
Pijler 3 Handhaving
Als uit een inspectie blijkt dat een peuterspeelzaal, kindercentrum of gastouderbureau onvoldoende of slecht scoort en dus niet voldoet aan de regelgeving, dan zal het college ingrijpen. Het is belangrijk om vast te leggen hoe we met overtredingen van de kwaliteitsregels omgaan. Bij het formuleren van het handhavingsbeleid hebben wij aansluiting gezocht bij het gemeentelijke integrale handhavingsbeleid en deze nota kan dan ook gezien worden als een uitwerking hiervan.
1. Handhaving kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in de gemeente Stadskanaal
De wet Kinderopvang en de Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk (die geënt is op de wet Kinderopvang) bieden een aantal mogelijkheden om de handhaving van de kwaliteit goed te regelen (zie bijlage 2). In dit hoofdstuk beschrijven we de aanpak hiervan binnen de gemeente Stadskanaal.
1.1. Prioriteitsstelling handhaving
Transparantie bij de handhaving is van belang om consequent te kunnen optreden bij bepaalde overtredingen. Niet elke overtreding kunnen we sanctioneren, simpelweg omdat daarvoor niet voldoende capaciteit is. Het is dan ook nodig om prioriteiten te stellen. Het afwegingsmodel van de VNG heeft hiervoor de basis gevormd. Bij dit model wordt gekeken naar het negatieve effect dat zich kan voordoen bij een overtreding. De ernst van dit negatieve effect wordt bepaald door aan een aantal beoordelingsfactoren een score toe te kennen van 1 tot en met 4. Deze beoordelingsfactoren zijn:
- •Veilig omgeving: in welke mate draagt het niet voldoen aan de specifieke wettelijke eis uit het toetsingskader bij aan een onveilige omgeving?
- •Gezonde omgeving: in welke mate draagt het niet voldoen aan de specifieke wettelijke eis uit het toetsingskader bij aan een ongezonde omgeving?
- •Pedagogische kwaliteit: in welke mate draagt het niet voldoen aan de specifieke wettelijke eis uit het toetsingskader bij aan een vermindering van de pedagogische ontwikkeling van het kind?
- •Invloed ouders: in welke mate draagt het niet voldoen aan de specifieke wettelijke eis uit het toetsingskader bij aan een beperking van de transparantie, medezeggenschap en de mate waarin ouders inspraak en medezeggenschap kunnen hebben in het beleid?
- •Geloofwaardigheid: hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als de specifieke wettelijke eis uit het toetsingskader onvoldoende wordt nageleefd?
De scores zijn als volgt opgebouwd:
- 1: niet of nauwelijks invloed
- 2: beperkte invloed
- 3: aanzienlijke invloed
- 4: ernstige en directe invloed
Het ingevulde model geeft op basis van het gemiddelde van de beoordelingsfactoren per soort kinderopvang een uitkomst van “hoog”, “gemiddeld” en “laag”. Dit wil zeggen dat als niet voldaan wordt aan de voorwaarden die bij de kwaliteitsregel horen, de ernst daarvan als hoog, gemiddeld of laag gedefinieerd wordt. Dit heeft weer gevolgen voor de inzet van een sanctie-instrument. Hoe hoger het belang, hoe zwaarder de sanctie.
Het model is per opvangsoort ingevuld, in overleg met de inspecteurs van de GGD en het team Bouw Milieu en Bijzondere Wetten (BMB) In tabel 1, 2, 3 en 4 zijn de uitkomsten van het ingevulde afwegingsmodel weergegeven.
Tabel 1 Prioriteitsstelling buitenschoolse opvang
| Domein | Kwaliteitsaspect | Indicator | Belang |
|---|---|---|---|
| 1. Ouders | Oudercommissie | 1.1 Instellen oudercommissie | Laag |
| 1.2 Voorwaarden oudercommissie | Laag | ||
| 1.3 Adviesrecht oudercommissie | Gemiddeld | ||
| Informatie voor ouders | 1.4 Inhoud van de informatie voor ouders | Laag | |
| 1.5 Relatie tussen de informatie voor de ouders en de praktijk | Laag | ||
| 2. Personeel | Verklaring omtrent het gedrag | 2.1 Regels voor de verklaring omtrent het gedrag | Hoog |
| Beroepskwalificatie | 2.2 Passende beroepskwalificatie | Gemiddeld | |
| 2.3 Voorwaarde en inzet van beroepskracht in opleiding | Laag | ||
| Nederlandse taal | 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal | Laag | |
| 3. Veiligheid en gezondheid | Veiligheid | 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid | Hoog |
| 3.2 Beleid veiligheid | Hoog | ||
| 3.3 Uitvoering beleid veiligheid | Hoog | ||
| Gezondheid | 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid | Hoog | |
| 3.5 Beleid gezondheid | Hoog | ||
| 3.6 Uitvoering beleid gezondheid | Hoog | ||
| 4. Accomodatie en inrichting | Binnenruimte | 4.1 Binnenspeelruimte | Gemiddeld |
| Buitenruimte | 4.2 Buitenspeelruimte | Gemiddeld | |
| 4.3 Aangrenzende speelruimte | Gemiddeld | ||
| 4.4 Niet aangrenzende speelruimte | Gemiddeld | ||
| 5. Groepsgrootte en leidster-kindratio | Groepsgrootte en leidster-kindratio | 5.1 Opvang in groepen | Gemiddeld |
| 5.2 Leidster-kindratio | Hoog | ||
| 5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de leidster-kindratio | Gemiddeld | ||
| 6. Pedagogisch beleid en praktijk | Pedagogisch beleid | 6.1 Pedagogisch beleidsplan | Gemiddeld |
| 6.2 Relatie pedagogisch beleidsplan met de praktijk | Gemiddeld | ||
| Leidster-kindinteractie | 6.3 Sociaal-emotionele veiligheid | Gemiddeld | |
| 6.4 Persoonlijke competentie | Gemiddeld | ||
| 6.5 Sociale competentie | Gemiddeld | ||
| 6.6 Overdracht van normen en waarden | Gemiddeld | ||
| 7. Klachten | Wet klachtenrecht cliënten zorgsector | 7.1 Wet Klachtrecht | Laag |
Tabel 2 Prioriteitsstelling kinderdagopvang
| Domein | Kwaliteitsaspect | Indicator | Belang |
|---|---|---|---|
| 1. Ouders | Oudercommissie | 1.1 Instellen oudercommissie | Laag |
| 1.2 Voorwaarden oudercommissie | Laag | ||
| 1.3 Adviesrecht oudercommissie | Gemiddeld | ||
| Informatie voor ouders | 1.4 Inhoud van de informatie voor ouders | Laag | |
| 1.5 Relatie tussen de informatie voor de ouders en de praktijk | Laag | ||
| 2. Personeel | Verklaring omtrent het gedrag | 2.1 Regels voor de verklaring omtrent het gedrag | Hoog |
| Beroepskwalificatie | 2.2 Passende beroepskwalificatie | Hoog | |
| 2.3 Voorwaarde en inzet van beroepskracht in opleiding | Laag | ||
| Nederlandse taal | 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal | Laag | |
| 3. Veiligheid en gezondheid | Veiligheid | 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid | Hoog |
| 3.2 Beleid veiligheid | Hoog | ||
| 3.3 Uitvoering beleid veiligheid | Hoog | ||
| Gezondheid | 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid | Hoog | |
| 3.5 Beleid gezondheid | Hoog | ||
| 3.6 Uitvoering beleid gezondheid | Hoog | ||
| 4. Accomodatie en inrichting | Binnenruimte | 4.1 Binnenspeelruimte | Gemiddeld |
| 4.2 Slaapruimte | Gemiddeld | ||
| Buitenruimte | 4.2 Buitenspeelruimte | Gemiddeld | |
| 5. Groepsgrootte en leidster-kindratio | Groepsgrootte en leidster-kindratio | 5.1 Opvang in groepen | Gemiddeld |
| 5.2 Leidster-kindratio | Hoog | ||
| 5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de leidster-kindratio | Gemiddeld | ||
| 6. Pedagogisch beleid en praktijk | Pedagogisch beleid | 6.1 Pedagogisch beleidsplan | Gemiddeld |
| 6.2 Relatie pedagogisch beleidsplan met de praktijk | Gemiddeld | ||
| Leidster-kindinteractie | 6.3 Sociaal-emotionele veiligheid | Gemiddeld | |
| 6.4 Persoonlijke competentie | Gemiddeld | ||
| 6.5 Sociale competentie | Gemiddeld | ||
| 6.6 Overdracht van normen en waarden | Gemiddeld | ||
| 7. Klachten | Wet klachtenrecht cliënten zorgsector | 7.1 Wet Klachtrecht | Laag |
Tabel 3 Prioriteitsstelling gastouderopvang
| Domein | Kwaliteitsaspect | Indicator | Belang |
|---|---|---|---|
| 1. Ouders | Oudercommissie | 1.1 Instellen oudercommissie | Laag |
| 1.2 Voorwaarden oudercommissie | Laag | ||
| 1.3 Adviesrecht oudercommissie | Gemiddeld | ||
| Informatie voor ouders | 1.4 Inhoud van de informatie voor ouders | Laag | |
| 1.5 Relatie tussen de informatie voor de ouders en de praktijk | Laag | ||
| 2. Personeel | Verklaring omtrent het gedrag | 2.1 Regels voor de verklaring omtrent het gedrag | Hoog |
| Beroepskwalificatie | 2.2 Passende beroepskwalificatie medewerkers | Hoog | |
| 3. Veiligheid en gezondheid | Veiligheid | 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid | Hoog |
| 3.2 Beleid veiligheid | Hoog | ||
| 3.3 Uitvoering beleid veiligheid | Hoog | ||
| Gezondheid | 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid | Hoog | |
| 3.5 Beleid gezondheid | Hoog | ||
| 3.6 Uitvoering beleid gezondheid | Hoog | ||
| 4. Pedagogisch beleid en praktijk | Pedagogisch beleid | 4.1 Pedagogisch beleidsplan | Gemiddeld |
| 4.2 Relatie pedagogisch beleidsplan met de praktijk | Gemiddeld | ||
| Kwaliteit | 4.3 Criteria voor de kwaliteit | Hoog | |
| 7. Klachten | Wet klachtenrecht cliënten zorgsector | 7.1 Wet Klachtrecht | Laag |
Tabel 4 Prioriteitsstelling peuterspeelzaalwerk
| Domein | Kwaliteitsaspect | Indicator | Belang |
|---|---|---|---|
| 1. Ouders | Oudercommissie | 1.1 Instellen oudercommissie | Laag |
| 1.2 Voorwaarden oudercommissie | Laag | ||
| 1.3 Adviesrecht oudercommissie | Gemiddeld | ||
| Informatie voor ouders | 1.4 Inhoud van de informatie voor ouders | Laag | |
| 1.5 Relatie tussen de informatie voor de ouders en de praktijk | Laag | ||
| 2. Personeel | Verklaring omtrent het gedrag | 2.1 Regels voor de verklaring omtrent het gedrag | Hoog |
| Beroepskwalificatie (afhankelijk van ambitieniveau) | 2.2 Passende beroepskwalificatie | Hoog | |
| 2.3 Voorwaarde en inzet van beroepskracht in opleiding | Laag | ||
| Nederlandse taal | 2.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal | Laag | |
| 3. Veiligheid en gezondheid | Veiligheid | 3.1 Risico-inventarisatie veiligheid | Hoog |
| 3.2 Beleid veiligheid | Hoog | ||
| 3.3 Uitvoering beleid veiligheid | Hoog | ||
| Gezondheid | 3.4 Risico-inventarisatie gezondheid | Hoog | |
| 3.5 Beleid gezondheid | Hoog | ||
| 3.6 Uitvoering beleid gezondheid | Hoog | ||
| 4. Accomodatie en inrichting | Binnenruimte | 4.1 Binnenspeelruimte | Gemiddeld |
| Buitenruimte | 4.2 Buitenspeelruimte | Gemiddeld | |
| 5. Groepsgrootte en leidster-kindratio | Groepsgrootte en leidster-kindratio | 5.1 Opvang in groepen | Gemiddeld |
| 5.2 Leidster-kindratio | Hoog | ||
| 5.3 Inzet beroepskrachten in afwijking van de leidster-kindratio | Gemiddeld | ||
| 6. Pedagogisch beleid en praktijk | Pedagogisch beleid | 6.1 Pedagogisch beleidsplan | Gemiddeld |
| 6.2 Relatie pedagogisch beleidsplan met de praktijk | Gemiddeld | ||
| Leidster-kindinteractie | 6.3 Sociaal-emotionele veiligheid | Gemiddeld | |
| 6.4 Persoonlijke competentie | Gemiddeld | ||
| 6.5 Sociale competentie | Gemiddeld | ||
| 6.6 Overdracht van normen en waarden | Gemiddeld | ||
| 7. Klachten | Wet klachtenrecht cliënten zorgsector | 7.1 Wet Klachtrecht | Laag |
Uit de tabellen blijkt dat we vooral het domein Veiligheid en Gezondheid hoge prioriteit gegeven hebben. Dit sluit aan bij het feit dat peuterspeelzalen, kindercentra en gastouderbureaus vooral op dit gebied in gebreke blijven [ 1 ].
1.2. Sanctieprotocol
De prioriteitsstelling gebruiken we om te bepalen welke sanctie-instrumenten ingezet gaan worden. Sanctionering gebeurt in twee fasen. Fase 1 is gericht op herstel. De ondernemer krijgt in fase 1 een aanwijzing of een waarschuwing. Hierin geven we aan dat niet voldaan wordt aan bepaalde kwaliteitsregels van de wet Kinderopvang of Verordening Kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk en dat de ondernemer een bepaalde tijd heeft om de situatie te herstellen. Na de hersteltermijn gaat de inspecteur van de GGD kijken of nu wel voldaan wordt aan de kwaliteitsregels.
Als een houder de situatie niet herstelt, dan gaat fase 2 in. In deze fase kunnen we door middel van bijvoorbeeld een dwangsom of bestuursdwang afdwingen dat een ondernemer de kwaliteitsregels nakomt. Uitgangspunt is: hoe hoger de prioriteit (het belang), hoe zwaarder het sanctie-instrument. Om de sanctiestrategie te kunnen bepalen is een sanctieprotocol opgesteld (zie tabel 4).
Tabel 4 Sanctieprotocol
| Sanctie-instrument | Hersteltermijn | Herinspectie | ||
|---|---|---|---|---|
| Hoog belang en slechte score | Fase 1 | Bevel (bij direct gevaar) | Maximaal 7 dagen | Ja |
| Aanwijzing | Maximaal 7 dagen tot 2 weken | |||
| Fase 2 | Exploitatieverbod | Maximaal 6 weken | Ja | |
| Verwijdering uit register | ||||
| Bestuursdwang | ||||
| Dwangsom | ||||
| Hoog belang en onvoldoende score | Fase 1 | Aanwijzing | Maximaal 6 weken | Ja |
| Fase 2 | Exploitatieverbod | Maximaal 3 maanden | Ja | |
| Verwijdering uit register | ||||
| Bestuursdwang | ||||
| Dwangsom | ||||
| Gemiddeld belang en slechte score | Fase 1 | Aanwijzing | Maximaal 2 weken tot 6 maanden | Ja |
| Fase 2 | Dwangsom | Maximaal 2 weken tot 6 maanden | Ja | |
| Bestuurlijke boete | ||||
| Bestuursdwang | ||||
| Gemiddeld belang en onvoldoende score | Fase 1 | Aanwijzing | Maximaal 2 weken tot 6 maanden | Ja |
| Fase 2 | Dwangsom | Maximaal 2 weken tot 6 maanden | Ja | |
| Bestuurlijke boete | ||||
| Laag belang en slechte score | Fase 1 | Waarschuwing | Maximaal 1 jaar | Nee, meenemen bij reguliere inspectie |
| Fase 2 | Dwangsom | Maximaal 1 jaar | Nee, meenemen bij reguliere inspectie | |
| Bestuurlijke boete | ||||
| Laag belang en onvoldoende score | Fase 1 | Waarschuwing | Maximaal 1 jaar | Nee, meenemen bij reguliere inspectie |
| Fase 2 | Waarschuwing | Maximaal 1 jaar | Nee, meenemen bij reguliere inspectie |
Wij stellen voor om bovenstaand sanctieprotocol te gebruiken bij het bepalen van de sanctiestrategie voor de peuterspeelzalen en kinderopvangorganisaties.
Het sanctieprotocol zien we vooral als een richtlijn, omdat het bij sanctionering toch vaak om maatwerk gaat. Hierbij maakt het niet uit wie een bepaalde overtreding maakt, maar bepaalt de overtreding zelf en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd de aanpak. Als we bijvoorbeeld meerdere lichte overtredingen constateren of een herhaling van overtredingen, dan kunnen we voor een zwaardere sanctiestrategie kiezen. Ook is het denkbaar dat meerdere overtredingen tegelijk plaatsvinden. In dat geval gaan we uit van de zwaarste overtreding.
2. Uitvoering handhavingsbeleid gemeente Stadskanaal
Bij de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk zijn verschillende afdelingen/organisaties betrokken. Het is dan ook zinvol om duidelijke afspraken te maken over wie welke verantwoordelijkheid heeft:
- • De dienst Beleid is verantwoordelijk voor het beleid rond de kwaliteit vande kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk en heeft daarmee de regie over hettotale kwaliteits- en handhavingsproces. Deze dienst is verantwoordelijk voor deverslaggeving naar het rijk.
- • Het team BMB van de dienst Publieksbureau is verantwoordelijk voor hetuitvoeren van de melding, registratie en handhavingstaak. Het team BMB verstrektafschriften van GGD-rapportages en eventueel hieruit volgende rapportages overhandhavingsacties aan de verantwoordelijke beleidsambtenaar.
- • De GGD is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de inspecties.
Ten slotte streven wij ernaar gecombineerde inspecties uit te laten voeren door de GGD en brandweer. Dit ontlast de kindercentra, temeer omdat eventuele tegenstrijdigheden van verschillende wetten meteen besproken kunnen worden.
voetnoot[ 1 ]
"Kwaliteit van Nederlandse Kinderdagverblijven: trends in kwaliteit in de jaren 1995-2005" Onderzoek Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek in opdracht van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, augustus 2005.
Terug naar de verwijzing naar voetnoot [ 1 ] in de tekst