Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie

U bent hier: Regelingen » Beleidsregels Re integratie Participatiewet Stadskanaal 2018 » 18-07-2018

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Stadskanaal 2018

Deze regeling is in werking getreden op 18-07-2018.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Stadskanaal 2018
Citeertitel Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Stadskanaal 2018
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Re-integratieverordening Participatiewet Stadskanaal 2018, artikel 3.10

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
18-07-2018 nieuwe regeling 03-07-2018
Gemeenteblad, nr. 153764, 17-07-2018 externe site
BW 03-07-2018, nr. Z-18-040342

Burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal;

gelet op de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers externe site (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen externe site (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht externe site (AWB)

gelet op de artikelen 3.3, 3.4, 3.5, 3.6, 3.7, 3.8, 3.9 en 3.10 van de Re-integratieverordening Participatiewet Stadskanaal 2018;

gezien het advies van de Participatieraad;

besluiten:

vast te stellen de navolgende "Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Stadskanaal 2018".

Artikel 1 Definities

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet externe site, de Algemene wet bestuursrecht externe site en de Re-integratieverordening Participatiewet Stadskanaal 2018.
  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
    • a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal;
    • b. wet: Participatiewet externe site;
    • c. doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet externe site;
    • d. belanghebbende: de persoon uit de doelgroep die gebruik maakt van een voorziening;
    • e. langdurig werkloze: een persoon uit de doelgroep die onmiddellijk voorafgaand aan het re-integratietraject ten minste 12 maanden een uitkering op grond van de Participatiewet externe site, de IOAW externe site of de IOAZ externe site en/of een uitkering van de Uitvoeringsinstelling werknemersverzekeringen ontvangen of gedurende de genoemde periode gesubsidieerde arbeid verricht;
    • f. grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar;
    • g. korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar;
    • h. participatieladder: de indeling in trede(s) van de participatieladder, zoals de gemeente Stadskanaal die gebruikt, waarbij een trede staat voor de afstand tot de arbeidsmarkt. Trede 1 is daarbij de grootste afstand en trede 6 de kortste afstand;
    • i. TDC: Training en Diagnose Centrum van de gemeente Stadskanaal;
    • j. werkstage: het verrichten van lerend werk – met behoud van uitkering - bij een reguliere werkgever teneinde op korte termijn bij de werkgever waar de werkstage wordt gevolgd of een andere werkgever een arbeidsovereenkomst te verwerven waardoor (gedeeltelijke) uitstroom uit de uitkering wordt gerealiseerd;
    • k. sociale activering: een tegenprestatie bestaande uit (een traject waarbij) activiteiten die worden verricht door een persoon die tot de doelgroep behoort leidend tot meer maatschappelijke activatie van de persoon en daarmee de kans te bieden een positieve invulling en ondersteuning van de maatschappij;
    • l. scholing: onder scholing worden alle opleidingen, trainingen, cursussen en scholingstrajecten verstaan die ingezet worden voor een belanghebbende uit de doelgroep met een directe relatie tot de re-integratie op de (reguliere) arbeidsmarkt.

Artikel 2 Werkstage

  • 1. De werkstage wordt toegekend aan belanghebbenden uit de doelgroep in trede 3 van de participatieladder.
  • 2. De werkstage duurt maximaal zes maanden.
  • 3. De werkstage kan ook worden ingezet als proefplaatsing voorafgaand aan een arbeidsovereenkomst. Hierbij geldt dan een maximale duur van drie maanden.
  • 4. Bij de werkstage wordt géén premie sociale activering of premie participatieplaats verstrekt aan de belanghebbende.

Artikel 3 Sociale Activering

  • 1. Belanghebbenden uit de doelgroep ingedeeld in trede 1 dan wel 2 van de participatieladder komen in aanmerking voor een traject sociale activering.
  • 2. Voor het zoeken naar een geschikte vrijwilligersplek kan worden samengewerkt met het Vrijwilligers informatie Punt (VIP) van Welstad.
  • 3. Het college stelt de vrijvallende infrastructuur beschut werken beschikbaar voor belanghebbenden als bedoeld in het eerste lid voor het verrichten van onbetaalde werkzaamheden in het kader van sociale activering.
  • 4. De belanghebbende als bedoeld in het eerste lid die – conform een trajectovereenkomst sociale activering – maatschappelijk zinvolle activiteiten voor ten minste twaalf uur per week verricht kan in aanmerking komen voor de premie sociale activering.
  • 5. Het college toetst of de werkzaamheden bij organisaties, waar maatschappelijk zinvolle activiteiten in het kader van sociale activering worden uitgevoerd, een additioneel karakter heeft en geen verdringing op de arbeidsmarkt tot gevolg heeft.

Artikel 4 Scholing

  • 1. Er wordt geen tegemoetkoming/bekosting voor scholing ingezet, indien het reguliere onderwijs voorliggend is.
  • 2. De maximale duur van een scholing is twaalf maanden.
  • 3. Scholing wordt toegekend indien de scholing:
    • a. een voorwaarde is voor het kunnen aangaan van een arbeidsovereenkomst;
    • b. door de brancheorganisatie(s) wordt georganiseerd;
    • c. een vakopleiding voor een beroep, dat opleidt tot een beroep, opgenomen in de kansberoepenlijst van het UWV is;
    • d. leidt tot het gangbaar gevraagd niveau van het reële wensberoep van de belanghebbende uit de doelgroep;
    • e. naar oordeel van het TDC significant bijdraagt aan de re-integratie van de belanghebbende op de arbeidsmarkt.
  • 4. Een belanghebbende kan maximaal éénmaal per drie jaar in aanmerking komen voor scholing.
  • 5. De vergoeding voor een scholingstraject bedraagt maximaal € 2.500,00.

Artikel 5 Participatieplaats

  • 1. Belanghebbenden ingedeeld in trede 3 van de participatieladder kunnen in aanmerking komen voor een participatieplaats.
  • 2. Voorafgaand aan een participatieplaats heeft de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid tenminste zes maanden een traject re-integratie bij het TDC gevolgd.
  • 3. Bij aanvang van de participatieplaats is door het TDC geconstateerd, dat (gedeeltelijke) uitstroom binnen twaalf maanden naar (regulier) betaald werk naar vermogen niet mag worden verwacht.
  • 4. Op grond van artikel 10a van de wet externe site is de duur van een participatieplaats maximaal twee jaar.
  • 5. De belanghebbende die een participatieplaats uitvoert kan in aanmerking komen voor een premie participatieplaats.
  • 6. Tijdens het vervullen van een participatieplaats wordt de belanghebbende begeleid door een klantmanager gericht op het ontwikkelen van vaardigheden. De belanghebbende dient de aanwijzingen die gericht zijn op het ontwikkelen van vaardigheden in het kader van de re-integratie, gegeven door de begeleidende klantmanager, op te volgen.
  • 7. Indien tijdens of na de participatieplaats de mogelijkheden voor belanghebbende op kansen op regulier werk toenemen, wordt aansluitend op de participatieplaats een traject gericht op arbeidsinschakeling opgestart.

Artikel 6 Participatievoorziening Beschut Werk

  • 1. Het college besluit welke werkgevers voor de uitvoering van de Participatievoorziening Beschut werk worden aangewezen. Het college sluit met de werkgevers een dienstverleningsovereenkomst.
  • 2. De uitvoering van de participatievoorziening Beschut Werk wordt in de dienstverleningsovereenkomst aan de participatievoorziening Beschut Werk nader omschreven, en bevat in ieder geval de duur van de dienstverleningsovereenkomst, de verplichtingen van de opdrachtgever en opdrachtnemer, de wijze van verantwoorden en afspraken met betrekking tot vergoeding alsmede de wijze van facturering

Artikel 7 Ondersteuning bij leer-werk traject

  • 1. Het college biedt voor jongeren van zestien of zeventien jaar (persoonlijke) ondersteuning aan door een klantmanager indien, uit overleg tussen de bij de persoon betrokken instanties (zoals onderwijs, jeugdzorg en TDC) en het college, blijkt dat een leer-werk traject noodzakelijk is als opstap naar (regulier) werk op de arbeidsmarkt en het leer-werk traject eveneens een preventieve werking heeft op de ontwikkeling van de jongere.
  • 2. Het college kan voor jongeren van achttien tot zevenentwintig jaar ondersteuning van een klantmanager beschikbaar stellen indien de jongere nog geen startkwalificatie heeft behaald.

Artikel 8 Persoonlijke ondersteuning

  • 1. Aan belanghebbende in een traject richting werk wordt persoonlijke ondersteuning geboden door een klantmanager.
  • 2. Het college stelt op basis van het advies van het UWV de inzet van persoonlijke ondersteuning in de vorm van een Jobcoach ter beschikking indien de belanghebbende in het kader van een afspraakbaan (conform de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Stadskanaal 2018) een arbeidsovereenkomst bij een reguliere werkgever heeft.

Artikel 9 Loonkostensubsidie gemeentelijk beleid

Artikel 10 Maatwerkvoorzieningen

  • 1. Voor zover de instrumenten zoals opgenomen in de Re-integratieverordening Participatiewet Stadskanaal 2018 niet voldoen aan de specifieke vereisten voor de noodzakelijke ondersteuning van een persoon, kan een vergoeding voor een andere noodzakelijk geachte re-integratievoorziening worden verstrekt.
  • 2. De voorziening moet noodzakelijk zijn om instroom naar algemeen geaccepteerde arbeid te kunnen realiseren.
  • 3. De voorziening moet aansluiten op de mogelijkheden van de persoon.
  • 4. De hoogte van een maatwerkvoorziening bedraagt niet meer dan duizend euro per persoon per jaar.
  • 5. Het college stelt voor de maatwerkvoorziening in artikel 11 lid 2 een budgetplafond in en evalueert ieder jaar de inzet hiervan.

Artikel 11 Budgetplafond

  • 1. Voor het inzetten van de in deze beleidsregels genoemde voorzieningen stelt het college een budgetplafond in. Dit plafond is gekoppeld aan de in de gemeentelijke begroting vastgestelde bedragen voor re-integratie (product 41 voor re-integratie en scholing).
  • 2. Het budgetplafond voor maatwerkvoorzieningen, als genoemd in artikel 10 van deze beleidsregels, bedraagt ten hoogste tien procent van het in de gemeentelijke begroting vastgestelde bedrag (product 41 voor re-integratie).

Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1. Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze beleidsregels in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt afwijken van deze beleidsregels.
  • 2. In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorziet beslist het college.

Artikel 13 Citeertitel, inwerkingtreding en overgangsbepaling

  • 1. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels Re-integratieverordening Participatiewet Stadskanaal 2018.
  • 2. De beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 juli 2018

Burgemeester en wethouders

de heer G.J. van der Zanden de heer H.J. Hamster

secretaris locoburgemeester

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven