Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie

U bent hier: Regelingen » Regeling Klokkenluiders gemeente Stadskanaal 2004

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Regeling Klokkenluiders gemeente Stadskanaal 2004

Versie geldig vanaf 01-01-2004 tot 16-12-2012.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Regeling Klokkenluiders gemeente Stadskanaal 2004
Citeertitel Regeling Klokkenluiders gemeente Stadskanaal 2004
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
16-12-2012
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Onderwerp personeel en organisatie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Deze regeling is ingetrokken door de Regeling Melding Vermoeden Misstand Stadskanaal 2012.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO), art. 15:2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
16-12-2012 intrekking 04-12-2012
De Kanaalstreek, 12-12-2012
BW, 04-12-2012, nr. 8
01-01-2004 01-01-2004 nieuwe regeling 27-01-2004
Geen
BW, 27-01-2004, nr. 6

Burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal;

gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Stadskanaal;

gelet op het instemmende besluit van de Ondernemingsraad d.d. 27 oktober 2003;

besluiten:

vast te stellen de navolgende:

"Regeling Klokkenluiders gemeente Stadskanaal 2004".

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

ambtenaar :
de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel 1:2, onderdeel a, d, e en f van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Stadskanaal;
vertrouwenspersoon :
de functionaris die als zodanig door het college is aangewezen;
meldpunt :
een externe commissie of persoon die als zodanig door het college is aangewezen;
vermoeden van een misstand :
een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de gemeentelijke organisatie waar de ambtenaar werkzaam is omtrent:
  • a. een strafbaar feit;
  • b. een schending van regelgeving of beleidsregels;
  • c. het misleiden van justitie;
  • d. een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of
  • e. het bewust achterhouden van informatie over deze feiten.

Interne procedure

Artikel 2 Interne melding

  • 1. De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet dit bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de vertrouwenspersoon.
  • 2. De ambtenaar kan de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij burgemeester en wethouders niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te allen tijde herroepen.
  • 3. De leidinggevende, dan wel de vertrouwenspersoon, draagt er zorg voor dat burgemeester en wethouders onverwijld op de hoogte worden gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is.
  • 4. Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand, stelt het college onverwijld een onderzoek in.
  • 5. Het college zendt aan de ambtenaar, dan wel de vertrouwenspersoon, die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld.

Artikel 3 Standpunt

  • 1. Het college stelt de ambtenaar, dan wel de vertrouwenspersoon, binnen zes weken schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand.
  • 2. Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven, kan het college de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon hiervan schriftelijk in kennis.

Externe procedure

Artikel 4 Het meldpunt

  • 1. Het college wijst één of meer personen aan die het meldpunt vormt of vormen.
  • 2. Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het college daaromtrent te adviseren.
  • 3. Indien het meldpunt uit meerdere personen bestaat, is dit altijd een oneven aantal, inclusief de voorzitter. Tevens kunnen in dat geval een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en andere plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij beslissen bij gewone meerderheid van stemmen.

Artikel 5 Melding bij het meldpunt

  • 1. De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het meldpunt, indien:
    • a. hij het niet eens is met het standpunt, bedoeld in artikel 3;
    • b. hij geen standpunt ontvangen heeft binnen de termijnen, bedoeld in artikel 3.
  • 2. De ambtenaar kan het meldpunt verzoeken zijn identiteit niet bekend te maken. Hij kan dit verzoek te allen tijde herroepen.

Artikel 5a Rechtstreekse melding bij het meldpunt

In het geval zwaarwegende belangen toepassing van de interne procedure in de weg staan, kan de ambtenaar, in afwijking van de artikelen 2, 3 en 5, eerste lid, het vermoeden van een misstand rechtstreeks melden bij het meldpunt.

Artikel 6 Ontvangstbevestiging en onderzoek

  • 1. Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden van een misstand aan de ambtenaar die het vermoeden heeft gemeld.
  • 2. Indien het meldpunt dit voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk acht, stelt het een onderzoek in.
  • 3. Ten behoeve van het onderzoek omtrent een melding van een vermoeden van een misstand, is het meldpunt bevoegd bij het college alle inlichtingen in te winnen die het voor de vorming van zijn advies nodig acht. Het college verschaft het meldpunt de gevraagde inlichtingen.
  • 4. Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan één van de leden of een deskundige.
  • 5. Wanneer de inhoud van bepaalde door het college verstrekte informatie vanwege het vertrouwelijk karakter uitsluitend ter kennisneming van het meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het meldpunt meegedeeld. Het meldpunt beveiligt informatie met een vertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden.

Artikel 7 Niet-ontvankelijkheid

  • 1. Het meldpunt verklaart de melding niet-ontvankelijk, indien:
    • a. de misstand niet van voldoende gewicht is;
    • b. de ambtenaar de procedure, bedoeld in artikel 2, niet heeft gevolgd en artikel 5a niet van toepassing is, of
    • c. de ambtenaar de procedure, bedoeld in artikel 2, wel heeft gevolgd, maar de termijnen, bedoeld in artikel 3, nog niet zijn verstreken;
    • d. de melding niet binnen redelijke termijn heeft plaatsgevonden.

Artikel 8 Inhoudelijk advies van het meldpunt

  • 1. Indien het gemelde vermoeden van een misstand ontvankelijk is, legt het meldpunt binnen zes weken zijn bevindingen omtrent de melding van een vermoeden van een misstand neer in een advies aan het college. Het meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de ambtenaar met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het meldpunt verstrekte informatie.
  • 2. Indien het advies niet binnen zes weken kan worden gegeven, wordt de termijn door het meldpunt met ten hoogste vier weken verlengd. Het meldpunt stelt het college alsmede de ambtenaar daarvan schriftelijk in kennis.
  • 3. Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijk karakter van aan het meldpunt verstrekte informatie en de ter zake geldende wettelijke bepalingen openbaar gemaakt op een wijze die het meldpunt geëigend acht, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.

Artikel 9 Nader standpunt

  • 1. Het college stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 8, de ambtenaar alsmede het meldpunt, schriftelijk op de hoogte van zijn nader standpunt.
  • 2. Aan de ambtenaar, die het meldpunt heeft verzocht zijn identiteit niet bekend te maken, geschiedt de berichtgeving van het nader standpunt via het meldpunt.
  • 3. Een van het advies afwijkend nader standpunt wordt gemotiveerd.

Artikel 10 Jaarverslag

  • 1. Jaarlijks wordt door het meldpunt een verslag opgemaakt.
  • 2. In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke bepalingen gemeld:
    • a. het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand;
    • b. het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek geleid heeft;
    • c. het aantal onderzoeken dat het meldpunt heeft verricht, en
    • d. het aantal adviezen en de aard van de adviezen die het meldpunt heeft uitgebracht.
  • 3. Dit jaarverslag wordt aan het college van burgemeester en wethouders en de ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt.

Slotbepaling

Artikel 11 Inwerkingtreding

De regeling klokkenluiders gemeente Stadskanaal, vastgesteld op 18 december 2001, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2004.

De "Regeling Klokkenluiders gemeente Stadskanaal 2004" treedt in werking op 1 januari 2004.

Aldus besloten in de vergadering van 27 januari 2004.

Burgemeester en wethouders

K.J. Havinga J.J. Stavast

secretaris burgemeester

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven