Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie

U bent hier: Regelingen » Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad » 01-05-2000

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad

Versie geldig vanaf 01-05-2000 tot 04-05-2006.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad
Citeertitel Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
04-05-2006
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp bestuur en recht

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Deze regeling vervangt het op 25 maart 1996 vastgestelde reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeenteraad van Stadskanaal.
Deze regeling is vervolgens vervangen door het op 27 februari 2006 vastgestelde Reglement van Orde.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Gemeentewet, art. 16 externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
04-05-2006 intrekking 27-02-2006
De Kanaalstreek, 26-04-2006
R 6396
01-05-2000 nieuwe regeling 17-04-2000
Geen
R 5699

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

amendement:
voorstel tot wijziging van een concept-besluit, waarbij de wijziging zo is geformuleerd dat deze direct kan worden opgenomen in het concept-besluit;
sub-amendement:
voorstel tot wijziging van een amendement, waarbij de wijziging zo is geformuleerd dat deze direct kan worden opgenomen in het amendement;
motie:
voorstel om te komen tot een oordeel, wens of verzoek van de raad betreffende een onderwerp dat al dan niet op de agenda is vermeld;
voorstel van orde:
voorstel dat betrekking heeft op de orde van de vergadering;
initiatiefvoorstel:
buiten de agenda vallend voorstel van een raadslid dat zo spoedig mogelijk op de agenda van de vergadering van de raad moet worden geplaatst;
beraadslagingen:
de gedachtenwisselingen in de vergadering van de gemeenteraad.

Artikel 2 De voorzitter

  • 1. De voorzitter is belast met:
    • a. het leiden van de vergadering;
    • b. het handhaven van de orde;
    • c. de zorg voor de naleving van het reglement van orde;
    • d. wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt.
  • 2. Hij verleent het woord, formuleert de conclusies waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemmingen mee.

Artikel 3 De secretaris

  • 1. De secretaris is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig.
  • 2. Hij kan, als hij daartoe door de voorzitter en/of de gemeenteraad wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen.

Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden of nieuwe fracties

Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

  • 1. De voorzitter benoemt uit de raad een commissie van drie leden die, bijgestaan door de secretaris, de geloofsbrieven en de andere door de Kieswet externe site vereiste stukken van nieuw te benoemen raadsleden onderzoekt.
  • 2. De commissie brengt na onderzoek van de geloofsbrieven, en van andere door de Kieswet vereiste stukken en de eventuele bezwaarschriften verslag uit aan de vergadering en doet een voorstel over de toelating. Van een eventueel minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt.
  • 3. De voorzitter nodigt een toegelaten lid uit om in de eerste vergadering waarin hij volgens de Gemeentewet externe site zijn raadslidmaatschap kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 5 Fracties

  • 1.
    • a. Leden van de raad kunnen zich verenigen tot een groep die fractie wordt genoemd.
    • b. Zij delen dit schriftelijk mee aan de voorzitter, onder vermelding van de naam van de fractie en de namen van degenen die als voorzitter en plaatsvervangend voorzitter en secretaris van de fractie zullen optreden.
  • 2.
    • a. Als
      • - één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
      • - twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
      • - één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;
      delen zij dit voor de eerstvolgende raadsvergadering schriftelijk mee aan de voorzitter.
    • b. de voorzitter informeert de overige fracties hierover voor deze raadsvergadering.
    • c. Met de gewijzigde situatie wordt met ingang van deze vergadering rekening gehouden.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen

Paragraaf 1 Tijd en plaats van vergaderen; voorbereidingen voor de vergaderingen

Artikel 6 Tijd en plaats van vergaderen

  • 1. De vergaderingen hebben plaats op de laatste maandag van de maand, beginnen om 19.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.
  • 2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen, zo mogelijk na overleg met de fractievoorzitters, een andere dag en/of een ander aanvangstijdstip bepalen en/of een andere vergaderplaats aanwijzen.

Artikel 7 Uitnodiging en agenda

  • 1. De voorzitter stuurt, behalve wanneer sprake is van een spoedeisende vergadering, ten minste één week voor de vergadering de raadsleden een schriftelijke uitnodiging, waarin dag, tijd en plaats van de vergadering worden genoemd.
  • 2. In de uitnodiging staan de te behandelen onderwerpen in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld.
  • 3. De raad kan besluiten deze volgorde te wijzigen.
  • 4. Tegelijk met uitnodiging en agenda voor de vergadering krijgen de raadsleden de bijbehorende voorstellen toegestuurd.
  • 5. De raad kan besluiten, in spoedeisende gevallen, een niet geagendeerd onderwerp onmiddellijk in behandeling te nemen.
  • 6. De voorzitter kan, zo nodig, na het verzenden van de uitnodiging een aanvullende agenda versturen.
  • 7. Als de raad vindt dat een onderwerp onvoldoende is voorbereid voor de beraadslagingen, kan hij besluiten het voorstel voor nadere informatie en/of advies terug te sturen naar het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 8 Ter inzage leggen van stukken

  • 1. Gelijktijdig met het verzenden van de raadsvoorstellen worden de stukken die een toelichting geven op de voorstellen ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de voorstellen nog stukken ter inzage worden gelegd, worden de leden daarover geïnformeerd.
  • 2. Ter inzage liggende stukken moeten in het gemeentehuis blijven.
    Raadsleden mogen ter inzage liggende stukken alleen voor eigen gebruik kopiëren.
  • 3. De voorzitter kan toestaan dat anderen dan raadsleden de ter inzage liggende stukken inzien.
  • 4. Stukken waarvan de inhoud geheim is op grond van artikel 25 van de Gemeentewet externe site liggen voor raadsleden ter inzage bij de gemeentesecretaris.

Artikel 9 Openbare kennisgeving

  • 1. De vergadering wordt openbaar gemaakt door een aankondiging in een van de huis-aan-huisbladen.
  • 2. In de aankondiging staan
    • a. de datum, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering;
    • b. de plaats waar en de tijdstippen waarop de agenda en de bijbehorende voorstellen kunnen worden ingezien;
    • c. de mogelijkheid gebruik te maken van het spreekrecht.

Paragraaf 2 Orde van de vergadering

Artikel 10 Presentielijst

Ieder raadslid dat een raadsvergadering bezoekt tekent de presentielijst. Aan het eind van de vergadering sluiten burgemeester en secretaris de lijst.

Artikel 11 Zitplaatsen

  • 1. De voorzitter, de raadsleden en de secretaris hebben een vaste zitplaats, die de voorzitter, na overleg met de fractievoorzitters, bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aanwijst.
  • 2. De indeling kan na overleg met de fractievoorzitters worden herzien.

Artikel 12 Opening van de vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip, mits meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
  • 2. Als een kwartier na het vastgestelde aanvangstijdstip niet het voor besluitvorming vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter datum en aanvangstijdstip van de volgende vergadering.

Artikel 13 Spreekrecht

  • 1. Burgers die voorafgaand aan de raadsvergadering om spreekrecht verzoeken, mogen direct aan het begin van de raadsvergadering het woord voeren.
  • 2. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers.
  • 3. De maximale spreektijd per spreker is 5 minuten en de totale maximale spreektijd is 30 minuten, tenzij de raad anders beslist.
  • 4. Er wordt in één termijn gesproken. De raadsleden hebben de mogelijkheid verduidelijkende vragen te stellen.
  • 5. Er wordt in één termijn gesproken. De raadsleden hebben de mogelijkheid verduidelijkende vragen te stellen.

Artikel 14 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van de raadsvergadering geluid- en/of beeldregistraties willen maken moeten dit meedelen aan de voorzitter en moeten zijn aanwijzingen opvolgen.

Artikel 15 Notulen

  • 1. De concept-notulen van de voorgaande vergadering worden gelijktijdig met de overige voorstellen aan de raadsleden toegezonden.
  • 2. Bij het begin van de vergadering worden de notulen van de vorige vergadering vastgesteld.
  • 3. Wanneer de gemeenteraad tot wijziging van de concept-notulen besluit wordt dit vermeld in de notulen van de vergadering waarin tot wijziging wordt besloten.
  • 4. In de notulen moeten staan:
    • a. de namen van de voorzitter, de secretaris en zowel de aanwezige als afwezige raadsleden;
    • b. de zaken die aan de aan de orde zijn geweest;
    • c. een verslag van het gesprokene met de namen van degenen die daarbij het woord voerden;
    • d. een overzicht van elke stemming, met, bij hoofdelijke stemming, vermelding van de namen van de leden die voor en de leden die tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich op grond van de wet van stemming hebben moeten onthouden;
    • e. de tekst van de tijdens de vergadering ingediende intiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en amendementen.
    • f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 22 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
  • 5. De notulen worden opgesteld onder verantwoordelijkheid van de secretaris.
  • 6. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 16 Ingekomen stukken en mededelingen

Schriftelijke mededelingen die burgemeester en wethouders aan de raad willen doen en ingekomen stukken voor de raad die niet onder een afzonderlijk agendapunt aan de orde komen, worden onder agendapunt 3 als ingekomen stukken en mededelingen op de agenda geplaatst.

Artikel 17 Spreekregels

  • 1. De leden spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter.
  • 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden vanaf een andere plaats spreken.
  • 3. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

Artikel 18 Aantal spreektermijnen

  • 1. De beraadslaging over een voorstel gebeurt in twee spreektermijnen, tenzij de raad anders beslist.
  • 2. Elke spreektermijn is afgesloten nadat burgemeester en wethouders op het door de raadsleden ingebrachte hebben gereageerd.
  • 3. Een raadslid mag in één termijn maar eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
    Dit geldt niet voor:
    • - het lid van het college van burgemeester en wethouders dat het in behandeling zijnde onderwerp in portefeuille heeft;
    • - de rapporteur van een commissie;
    • - het raadslid dat een (sub-)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.
  • 4. Het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde telt niet bij de bepaling van het aantal malen dat een raadslid het woord heeft gevoerd over een onder-werp of voorstel.

Artikel 19 Spreektijd

Op voorstel van de voorzitter kan de raad de spreektijd van de leden vaststellen.

Artikel 20 Handhaving orde; schorsing

  • 1. Een spreker mag niet worden onderbroken, tenzij de voorzitter het nodig vindt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. Interrupties zijn toegestaan tenzij de voorzitter anders beslist.
  • 2. Een raadslid kan door de voorzitter tot de orde worden geroepen als hij zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp dat in behandeling is, een spreker herhaaldelijk interrumpeert of op een andere manier de orde verstoort.
    Als het betreffende raadslid hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het betreffende onderwerp het woord ontzeggen.
  • 3. De voorzitter kan, om de orde te handhaven, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen, en sluiten als na heropening de orde opnieuw wordt verstoord.

Artikel 21 Beraadslaging

  • 1. De voorzitter kan voorstellen over een of meer delen van een voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
  • 2. Op voorstel van een raadslid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de vergadering te schorsen voor een door de raad te bepalen tijd, om burgemeester en wethouders en/of de raadsleden de gelegenheid te geven tot nader beraad.

Artikel 22 Deelname aan de beraadslaging door anderen dan de voorzitter, raadsleden of secretaris

  • 1. Op voorstel van de voorzitter of een raadslid kan de raad, voordat met de beraadslaging over het betreffende voorstel wordt begonnen, bepalen, dat anderen dan de aanwezige raadsleden of de voorzitter, dan wel de secretaris, deelnemen aan de beraadslaging.
  • 2. Op degene die op grond van dit artikel mag deelnemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing.

Artikel 23 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Artikel 24 Beslissing

Na het sluiten van de beraadslaging en de beslissing over de eventuele amendementen wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een beslissing genomen.

Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen

Artikel 25 Stemming over zaken

  • 1. Wanneer niemand het woord vraagt of wanneer de beraadslaging is afgerond, en de voorzitter geen stemming verlangt, vraagt hij de raadsleden of deze stemming verlangen.
    Als geen stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen.
  • 2. Als door een of meer raadsleden stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter stemming bij hand opsteken of hoofdelijke stemming voor.
  • 3. Ieder aanwezig raadslid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, is verplicht zijn stem uit te brengen.
  • 4. Bij stemming bij hand opsteken vraagt de voorzitter aan de leden van de raad om door middel van het opsteken van hun hand voor of tegen het voorstel te stemmen.
  • 5. Bij hoofdelijke stemming wordt door loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. Bij het daar genoemde raadslid begint de stemming. De leden brengen hun stem uit door "voor" of "tegen" te zeggen, zonder toevoeging.
  • 6. Als een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd.
    Als hij zijn vergissing later opmerkt kan hij na bekendmaking van de uitslag van de stemming vragen om aantekening van zijn vergissing. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering.
  • 7. In de vergadering aanwezige raadsleden kunnen in de notulen laten vastleggen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van de wet van stemming hebben moeten onthouden.
  • 8. De voorzitter deelt na afloop van de stemming de uitslag mee, onder vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij deelt daarbij het genomen besluit mee.

Artikel 26 Stemming over amendementen en moties

  • 1. Als een amendement op een voorstel is ingediend wordt eerst over dat amendement gestemd.
  • 2. Als op een amendement een sub-amendement is ingediend, wordt eerst over het sub-amendement gestemd en daarna over het amendement.
  • 3. Als twee of meer amendementen of sub-amendementen op een voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of sub-amendement het eerst in stemming wordt gebracht.
  • 4. Als met betrekking tot een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie en vervolgens over het voorstel gestemd.

Artikel 27 Stemming over personen

  • 1. Wanneer een stemming over personen moet plaats hebben kan de voorzitter drie raadsleden benoemen tot stembureau. Het eerstgenoemde lid van het stembureau treedt op als rapporteur.
  • 2. Ieder in de vergadering aanwezig raadslid is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes moeten qua vorm identiek zijn.
  • 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen.
    Op voorstel van de voorzitter kan de vergadering beslissen twee of meer stemmingen op één stembriefje samen te vatten.
  • 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat verplicht is een stembriefje in te leveren.
    Als de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes ongeopend vernietigd en wordt een nieuwe stemming gehouden.
  • 5. Voor het bepalen van de meerderheid worden geacht geen stem te hebben uitgebracht de leden die:
    • - een blanco of onvoldoende leesbaar stembriefje hebben ingeleverd;
    • - een ondertekend stembriefje hebben ingeleverd;
    • - een stembriefje hebben ingeleverd waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betrof;
    • - op andere personen hebben gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
  • 6. De voorzitter schorst de vergadering.
  • 7. De commissie telt het aantal uitgebrachte geldige stemmen, het aantal stembriefjes dat blanco of niet behoorlijk ingevuld is ingeleverd, het aantal geldige stemmen op ieder persoon uitgebracht, bepaalt de uitslag van de stemming en deelt deze gegevens mee aan de raad.
  • 8. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad na heropening van de vergadering.

Artikel 28 Herstemming over personen

  • 1. Als bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid van stemmen heeft gekregen, wordt een tweede stemming gehouden.
  • 2. Als ook bij de tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid van stemmen krijgt, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen.
    Zijn er bij de tweede stemming meer dan twee personen met de meeste stemmen, dan wordt door een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
  • 3. Als bij de tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist ter vergadering het lot.

Artikel 29 Beslissing door het lot

  • 1. Als het lot moet beslissen worden de namen van degenen tussen wie het lot moet beslissen door de voorzitter op afzonderlijke, gelijke briefjes geschreven.
  • 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedaan en geschud.
  • 3. Daarna neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje staat, is gekozen.

Artikel 30 Vernietiging stembriefjes

Onder verantwoordelijkheid van de secretaris worden de stembriefjes onmiddellijk na de vaststelling van de uitslag vernietigd.

Hoofdstuk 4 Rechten van de leden

Artikel 31 Amendementen

  • 1. Ieder in de vergadering aanwezig raadslid is bevoegd tijdens de beraadslagingen amendementen in te dienen op het voorgestelde besluit. Ook kan een raadslid voorstellen het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaats hebben.
  • 2. Ieder in de vergadering aanwezig raadslid is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend een wijziging in te dienen. Een dergelijke wijziging wordt een sub-amendement genoemd.
  • 3. Een (sub-)amendement en elk voorstel moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan, gezien het eenvoudige karakter van het voorgestelde.
  • 4. Een (sub-)amendement moet, om in behandeling te worden genomen, door ten minste drie raadsleden zijn ondertekend of, bij mondelinge indiening, zijn ondersteund.
  • 5. Intrekking van het (sub-)amendement door de indiener(s) is mogelijk voordat de besluitvorming door de vergadering heeft plaats gehad.

Artikel 32 Moties

  • 1. Ieder lid kan in de vergadering schriftelijk een motie indienen bij de voorzitter.
  • 2. Om in behandeling te worden genomen moet de motie door minstens drie leden van de raad zijn ondertekend.
  • 3. De behandeling van een motie vindt tegelijk met de behandeling van het onderwerp waarop het betrekking heeft plaats.
  • 4. De behandeling van een motie over een niet geagendeerd onderwerp heeft plaats nadat alle geagendeerde onderwerpen zijn behandeld.
  • 5. Op voorstel van de voorzitter kan de raad tot een andere volgorde besluiten.

Artikel 33 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en alle leden kunnen tijdens de vergadering een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
  • 2. Een voorstel van orde kan alleen over de orde van de vergadering gaan.
  • 3. Over een voorstel van orde beslist de raad onmiddellijk.

Artikel 34 Initiatiefvoorstellen

  • 1. Ieder lid heeft het recht voorstellen aan de raad te doen, die niet op de agenda staan.
  • 2. Een initiatiefvoorstel moet schriftelijk en door de voorsteller(s) ondertekend, in de vorm van een besluit, ten minste drie dagen voor de vergadering bij de voorzitter worden ingediend.
  • 3. Een kopie van het initiatiefvoorstel wordt voor de behandeling door de voorzitter aan de leden toegezonden of gefaxt.
  • 4. Het voorstel wordt in behandeling genomen als het door minimaal drie leden wordt ingediend/ondersteund.
  • 5. Het voorstel wordt om advies aan burgemeester en wethouders voorgelegd of voor nader onderzoek naar een raadscommissie verwezen.

Artikel 35 Schriftelijke vragen

  • 1. Ieder lid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen.
  • 2. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen worden voorzien van een toelichting.
  • 3. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze zorgt ervoor dat de vragen binnen twee werkdagen ter kennis van de overige raadsleden en de pers worden gebracht.
  • 4. De vragen moeten in ieder geval binnen dertig dagen nadat ze zijn binnengekomen schriftelijk worden beantwoord, waarbij de antwoorden ook ter kennis van de overige raadsleden en de pers worden gebracht.
    Als de vragen niet binnen deze termijn kunnen worden beantwoord worden zowel de vragensteller als de overige raadsleden daarvan en van de reden op de hoogte gesteld en wordt aangegeven op welke termijn wel antwoord zal kunnen worden gegeven.
  • 5. De vragen en antwoorden worden ook op de eerstvolgende raadsagenda geplaatst onder de ingekomen stukken en mededelingen. Hierbij kunnen de leden van de raad een nadere toelichting vragen over de schriftelijke beantwoording. De leden van de raad kunnen vervolgens verzoeken de vragen en antwoorden in een raadscommissie op de agenda te plaatsen.

Artikel 36 Inlichtingen

  • 1. Als een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 externe site en 180 van de Gemeentewet externe site vraagt, wordt dit verzoek met een duidelijke omschrijving van de gewenste gegevens schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.
    Het verzoek moet, om in behandeling te worden genomen, door ten minste drie leden worden ondertekend.
  • 2. De voorzitter stelt de overige raadsleden binnen drie dagen schriftelijk van het verzoek om inlichtingen in kennis.
  • 3. De gevraagde inlichtingen worden geagendeerd voor de eerstvolgende of daarop volgende raadsvergadering en worden tegelijk met de raadsagenda aan de raadsleden toegestuurd.
  • 4. In deze raadsvergadering kan beraadslaging en eventueel besluitvorming over de verstrekte inlichtingen plaats hebben.

Hoofdstuk 5 Begroting en rekening

Artikel 37 Onderzoek begroting en rekening

Het onderzoek en de behandeling van de begroting en rekening vindt met inachtneming van de wettelijke voorschriften plaats op de wijze zoals ieder jaar tijdig door burgemeester en wethouders, na overleg met de fractievoorzitters in de raad, wordt bepaald.

Hoofdstuk 6 Besloten vergadering

Artikel 38 Algemeen

De raad vergadert in het openbaar, tenzij naar zijn oordeel gewichtige redenen zich daartegen verzetten. De voorzitter neemt, al dan niet op voorstel van een lid van de raad, het initiatief tot het vergaderen in beslotenheid. Vervolgens beslist de raad.
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van toepassing die gelden voor een openbare vergadering.

Artikel 39 Notulen

  • 1. De notulen van een besloten vergadering worden niet verspreid, maar liggen voor de raadsleden ter inzage bij de secretaris.
  • 2. Deze notulen worden in de eerstvolgende besloten vergadering ter vaststelling aangeboden.
  • 3. Tijdens deze vergadering kan de gemeenteraad besluiten de notulen openbaar te maken.
  • 4. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 40 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad of met betrekking tot de inhoud van de stukken en de beraadslagingen geheimhouding zal gelden.

Artikel 41 Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 55, tweede lid externe site, of artikel 93, tweede lid, van de Gemeentewet externe site van plan is de geheimhouding op te heffen, wordt, als daarom wordt gevraagd door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met een vertegenwoordiging van dit orgaan hierover overleg gevoerd.

Hoofdstuk 7 Toehoorders en pers

Artikel 42 Toehoorders en pers

  • 1. De vertegenwoordigers van de pers en andere toehoorders kunnen uitsluitend de openbare vergaderingen op de voor hen bestemde plaatsen bijwonen.
  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 43 Maatregelen van orde

Als de voorzitter dit nodig vindt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. Zonodig kan hij de publieke tribune geheel of gedeeltelijk laten ontruimen.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 44 Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 45 In werking treden

  • 1. Dit reglement treedt in werking op 1 mei 2000.
  • 2. Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Stadskanaal vastgesteld bij raadsbesluit van 25 maart 1996.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 april 2000.

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven