Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie

U bent hier: Regelingen » Verordening Wet kinderopvang gemeente Stadskanaal » 06-11-2004

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Verordening Wet kinderopvang gemeente Stadskanaal

Deze regeling is in werking getreden op 06-11-2004.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Verordening Wet kinderopvang gemeente Stadskanaal
Citeertitel Verordening Wet kinderopvang gemeente Stadskanaal
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen m.b.t. de regeling

De datum van bekendmaking van deze regeling is achteraf bij benadering vastgesteld.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

1. Wet kinderopvang, art. 25 externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
06-11-2004 nieuwe regeling 25-10-2004
De Kanaalstreek. 03-11-2004
R 6266

De raad van de gemeente Stadskanaal;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2004, nr. R 6266;

gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang externe site (Wk) en artikel 149 van de Gemeentewet externe site;

overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen;

besluit:

De volgende verordening vast te stellen:

Verordening Wet kinderopvang gemeente Stadskanaal

De algemene subsidieverordening van de gemeente Stadskanaal is niet van toepassing.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. het college :
het college van burgemeester en wethouders;
b. de wet :
de Wet kinderopvang externe site.

HOOFDSTUK 2. VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE

Artikel 2 Te verstrekken gegevens

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet, bevat in ieder geval de volgende gegevens:
    • a. naam en adres van de ouder;
    • b. indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is, dan het adres van de ouder: het adres van de partner;
    • c. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;
    • d. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.
  • 2. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
  • 3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.

Artikel 3 Beslistermijn

  • 1. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na de ontvangst van alle benodigde gegevens.
  • 2. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 4 Inhoud van de beschikking

Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval:

  • a. de geldigheidsduur van de indicatie;
  • b. de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen, indien:

HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING

Artikel 6 Te verstrekken gegevens bij de aanvraag

  • 1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat:
    • a. naam, adres en sofi-nummer van de ouder;
    • b. indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;
    • c. naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;
    • d. een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang;
    • e. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet externe site;
    • f. een trajectplan waaruit de noodzaak voor kinderopvang blijkt;
    • g. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.
  • 2. Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
  • 3. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.

HOOFDSTUK 4. VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING

Artikel 7 Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming

  • 1. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na de ontvangst van alle benodigde gegevens.
  • 2. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 8 Weigeringsgrond

Het college weigert de tegemoetkoming, indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet externe site.

Artikel 9 Ingangsdatum van de tegemoetkoming

  • 1. De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen.
  • 2. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.

Artikel 10 De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend

  • 1. De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar.
  • 2. In afwijking van het eerste lid, kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.

Artikel 11 Omvang van de kinderopvang

  • 1. Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.
  • 2. In afwijking van het eerste lid, verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a van de wet externe site de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en/of scholing en zorg.

Artikel 12 Inhoud van de beschikking

Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval:

  • a. de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort;
  • b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
  • c. de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt;
  • d. de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;
  • e. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;
  • f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;
  • g. de verplichtingen van de ouder.

Artikel 13 De bevoorschotting van de tegemoetkoming

  • 1. De tegemoetkoming kan in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen worden uitbetaald.
  • 2. Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting.
  • 3. De tegemoetkoming kan ook op basis van het daadwerkelijk gerealiseerde aantal uren worden overgemaakt aan het kindercentrum middels een machtiging door de ouder.

HOOFDSTUK 5. VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING

Artikel 14 Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming

  • 1. De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend, aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode.
  • 2. Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na de ontvangst van het overzicht van de kosten vast.

Artikel 15 Verrekening met de voorschotten

De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER

Artikel 16 Inlichtingenplicht

  • 1. De ouder of de partner doet het college binnen twee weken na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere dan wel hogere tegemoetkoming.
  • 2. De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn.

HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1. Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet externe site, treedt deze verordening in werking drie dagen na haar bekendmaking.
    [ de Tijdelijke referendumwet externe site is vervallen op 1 januari 2005 ]
  • 2. In afwijking van het eerste lid, treedt hoofdstuk 2 van deze verordening in werking op het moment dat artikel 23 van de Wk in werking treedt.

Artikel 18 Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als: "Verordening Wet kinderopvang (VWk) gemeente Stadskanaal".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 oktober 2004.

De raad

de raadsgriffier, de voorzitter,

Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven