Sla de springlinks over en ga naar de sitenavigatie

U bent hier: Regelingen » Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2016 » 01-01-2016

Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »

Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2016

Versie geldig vanaf 01-01-2016 tot 01-01-2017.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie gemeente Stadskanaal
Officiële naam van de regeling Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2016
Citeertitel Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2016
Deze versie is geldig tot
(als de vervaldatum is vastgesteld)
01-01-2017
Vastgesteld door gemeenteraad
Onderwerp financiën en economie

Opmerkingen m.b.t. de regeling

Deze verordening vervangt de Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2011.

Deze verordening is vervangen door de Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2017.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 229 externe site
  2. Wet milieubeheer, art. 15.33 externe site

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum
inwerkingtreding
Terugwerkende
kracht t/m
Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2017 intrekking 19-12-2016
Gemeenteblad, nr. 182583, 23-12-2016 externe site
R 7202
01-01-2016 nieuwe regeling 14-12-2015
Gemeenteblad, nr. 124567, 21-12-2015 externe site
R 7130

De raad van de gemeente Stadskanaal;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 november 2015, nr. R 7130;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer externe site en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet externe site;

besluit:

vast te stellen de
Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2016.

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer externe site.
  • 2. De afvalstoffenheffing, als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 externe site en 10.22 van de Wet milieubeheer externe site een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 externe site en 10.22 van de Wet milieubeheer externe site een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
    • a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruikmaakt van het perceel;
    • b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 4 Heffingstijdvak

Het heffingstijdvak van de belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1, 1.1.2 en 1.2.1 van de tarieventabel, is gelijk aan een kalenderhalfjaar.

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1. De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.1 en in onderdeel 1.2.1 van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag.
  • 2. De belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.2, de onderdelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  • 2. De belasting, bedoeld in het onderdeel 1.2.1 van de tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het heffingstijdvak.
  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak aanvangt, is de belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als er in dat heffingstijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  • 4. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, bestaat ten aanzien van de belasting, bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de voor een volledig heffingstijdvak verschuldigde belasting als er in dat heffingstijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  • 5. Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9 externe site, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 externe site moeten de aanslagen die, met inachtneming van hoofdstuk 1.1, onderdelen 1.1.1, 1.1.2 en hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.1 van de tarieventabel worden opgelegd, worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, ten hoogste € 1.000,00 is, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
  • 3. In afwijking van het voorgaande moet het gevorderde bedrag, als bedoeld in hoofdstuk 1.2 de onderdelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel, tegen contante betaling worden voldaan op het moment van de mondelinge kennisgeving of op het moment van de uitreiking van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend van de belasting die verschuldigd is voor het aantal aanbiedingen in een kalenderjaar:

  • a. van een minicontainer, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, boven het aantal van 4;
  • b. van een minicontainer, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, boven het aantal van 12;
  • c. door inworp in een ondergrondse container (trommel 70 liter), boven het aantal van 21;
  • d. door inworp in een ondergrondse container (trommel 35 liter), boven het aantal van 42.

Voor de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1.2 de onderdelen 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de tarieventabel, wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De "Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2011" van 13 december 2010, gewijzigd bij raadsbesluit van 24 juni 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.
  • 3. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.
  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2016".

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2015.

De raad

de heer K. Willemsmevrouw B.A.H. Galama

raadsgriffiervoorzitter

Tarieventabel, behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing Stadskanaal 2016", vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2015, nr. R 7130

  Tarief in euro
HOOFDSTUK 1.1 MAATSTAVEN EN HALFJAARLIJKSE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING
1.1.1 De belasting bedraagt per perceel, waar huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld door middel van minicontainers of ondergrondse containers, per belastinghalfjaar 62,50
1.1.2 De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt vermeerderd voor het aan het begin van een kalenderhalfjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een éxtra (= boven de standaard verstrekking van één grijze en één groene minicontainer) container:  
per extra minicontainer 17,50
HOOFDSTUK 1.2 MAATSTAVEN EN OVERIGE TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING
1.2.1 Onverminderd het bepaalde in 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van een minicontainer:  
van 240 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval 3,50
van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval 2,75
van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen 5,65
van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen 3,70
per inworp in een ondergrondse container:  
met een trommel van 70 liter 1,80
met een trommel van 35 liter 0,90
1.2.2 Voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen per eenheid van 2 m³ of gedeelte daarvan 20,00
1.2.3 Voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats (Gemeentelijke Afvalverwerking) voor een hoeveelheid met een omvang tot 2 m³ per keer 6,00
1.2.4 Voor het op aanvraag omwisselen van een container, per keer 11,50
Sla de sitenavigatie over en ga naar de hoofdinhoud »
Terug naar boven Terug naar boven